Landschapsbeheer Zeeland

 

Kerkuil

Met de kerkuil (Tyto alba guttata) gaat het eigenlijk wel goed. Een slecht muizenjaar zorgt wel eens voor een daling, maar ieder jaar neemt het gemiddelde aantal broedgevallen in Zeeland licht toe. Er zijn nu iets meer dan 100 broedparen in Zeeland bekend.

Tegenwoordig moet de kerkuil het grootste deel van zijn voedsel buiten de deur halen; een breed assortiment van woelmuizen, spitsmuizen, jonge ratten en enkele vogels staat op het menu. Afhankelijk van het voedsel aanbod kan een kerkuilenpaartje meerdere broedsels grootbrengen. In goede (veld)muizenjaren krijgen ze ook meer jongen per legsel. Kerkuilen kunnen behoorlijk zwerven. Sommigen verdwijnen voorgoed naar het buitenland, anderen blijven jaren op hun stek.

  Herkenbaarheid

Herkenbaarheid

De kerkuil is 's avonds met zijn lichte uiterlijk een herkenbare verschijning. U bent hem waarschijnlijk wel eens tegengekomen 's avonds in het licht van de koplampen of misschien bij daglicht jagend boven een droge sloot of zittend op een damhek. Misschien heeft u er een in de schuur zitten!

Leefwijze
Kerkuilen zijn van nature holenbroeders, maar zij zoeken al eeuwen het menselijk gezelschap op. In de tijd dat het graan nog op hoge stengels groeide en pas binnen in de schuur werd gedorst, had de kerkuil de belangrijke taak om de muizenstand binnen de perken te houden. In de grote boerenschuren werd boven in de nok een speciale vliegopening gemaakt.

  Wat doet SLZ?

Wat doet SLZ?

Sinds het bestaan van Stichting Landschapsbeheer Zeeland (1985) wordt er gewerkt aan het laten maken en plaatsen van nestkasten voor kerkuilen. Meestal worden de kasten betaald door de Provincie Zeeland. Ze worden geplaatst in hoge donkere bedrijfsgebouwen van agrariërs, maar ook bij particulieren die bijvoorbeeld een monumentale schuur hebben. De kasten worden gecontroleerd door vrijwilligers. Sommige vrijwilligers hebben ook vergunning om de jongen te ringen.

  Wat kunt u doen?

Wat kunt u doen?

Maak de schuur toegankelijk. Wanneer u in het buitengebied woont en de beschikking heeft over een grote schuur, waarin doorgaans niet veel drukte heerst of waar katten kunnen komen, bestaat de mogelijkheid om een kast te plaatsen. Maak dan een opening aan weerskanten van de schuur, zodat de kerkuil in- en uit kan vliegen. Heeft u liever niet dat ze uw caravan, trekker of oldtimer onderschijten of met braakballen overdekken, plaats dan de kast direct tegen de opening.

Veel kerkuilbeschermers denken nog steeds dat het voor kerkuilen noodzakelijk is om de kast zo hoog mogelijk te plaatsen, terwijl het algemeen bekend is dat kerkuilen ook op veel lagere niveaus tot broeden komen. Veel van die hooggeplaatste kasten worden daarom ook niet altijd op tijd schoongemaakt, waardoor de laag braakballen waarop de jongen zitten soms gelijk komt met de invliegopening en er dus regelmatig jonge uilen uit de kast vallen. Onze voorkeur is dan ook om de kast niet al te hoog te hangen zodat de controleurs er nog fatsoenlijk bij kunnen.
 

  Plaats een kast

Plaats een kast

Elk jaar worden de kasten gecontroleerd op de aanwezigheid van kerkuilen. Aanwezige jonge kerkuilen worden geregistreerd en eventueel geringd. Een enkele keer worden er braakballen verzameld bij het schoonmaken van de kast; deze worden uitgeplozen door leden van de zoogdierwerkgroep. Omdat kerkuilen niet kieskeurig zijn, krijgen we zo een goede steekproef wat er aan soorten muizen in een bepaald gebied voorkomt.

Rommelig erf is goed!

Wees niet te netjes maar ruig. Omdat kerkuilen muizen eten is het belangrijk dat uw erf niet te netjes onderhouden is. Maak een ruige grasrand langs een sloot of haag door maar 1x per 2 jaar te maaien. U kunt ook bonenruiters met hooi etc. opzetten; hierop komen veldmuizen - het stapelvoedsel van veel roofdieren - op af. Wees echter secuur met etensresten en diervoer; dan heeft u minder last van huismuizen.
 

  Gevaren voor de kerkuil

Gevaren voor de kerkuil

's Avonds in het verkeer, wanneer er met groot licht gereden wordt dan kunnen kerkuilen, met hun grote oogpupillen, verblind raken. Eenmaal "gevangen" door het licht zullen zij blijven zitten en kunnen niet weg, met alle gevolgen van dien.

Ook komt het nogal eens voor dat kerkuilen verdrinken in veedrinkbakken. Wij raden eigenaren aan om een plank te laten drijven in deze bakken.
 

Help mee

Inmiddels zijn er zoveel kasten opgehangen, dat dit voor de huidige vrijwilligers een onbegonnen klus is geworden. Het kan dus gebeuren dat kasten die al jaren onbewoond zijn, wel eens worden overgeslagen. Wanneer u een kast wilt of u hebt een kerkuil die nog niet eerder bekend was, laat dit dan weten via de Kerkuilwerkgroep of via SLZ. Heeft u meer tijd, dan kunt u uiteraard helpen bij de kastcontrole of het ophangen van kasten bij anderen!
Klik hier om naar de lijst met werkgroepen te gaan.

foto's: Peter Boelee